Omdat leren leuk moet zijn!

Het motto van mijn praktijk is “omdat leren leuk moet zijn”. Ons hele leven leren we door en persoonlijk kan ik er enorm van genieten om iets nieuws te leren. Ik ga graag naar cursussen en studiedagen. Maar zoals ik eerder al eens besprak voelt leren niet altijd even comfortabel. Als het je geen enkele moeite kost, dan ben je niet ècht aan het leren. De leerkuil van Platform Mindset geeft dit proces heel mooi weer. Je komt vaak even op een punt dat je denkt dat je ermee wil stoppen, omdat je denkt dat je het niet kan of dat het te moeilijk is. Maar als je juist op die momenten doorzet komt het leerproces op gang. Na afloop voel je je voldaan, blij met je nieuw geleerde kennis of vaardigheden. Zo leuk kan leren zijn!

Maar is leren dan iets dat altijd alleen maar leuk is? Nee, dat denk ik niet. Leren is ook weleens saai of vervelend. Soms moet je bijvoorbeeld iets uit je hoofd leren. De tafels leren is hier een mooi voorbeeld van. Dat leer je door het gewoon heel veel te doen en de sommen te memoriseren. En ik ken genoeg kinderen die dat geen leuke taak vinden. Overigens ken ik ook héle leuke spelletjes en apps om de tafels te oefenen, zoals Tafelmonsters. Tijdens het spelen van zo’n spel/app voelt het toch minder alsof je hard aan het leren bent, het is misschien zelfs wel leuk! Tijdens mijn lessen probeer ik veelvuldig aantrekkelijke materialen in te zetten om het leren leuker te maken. Want leren tijdens vakken die je moeilijk vindt voelt misschien wel alsof je constant onderin de leerkuil zit.

Waar ik met mijn motto eigenlijk op doel zijn de kinderen voor wie het leren ècht niet fijn is. Kinderen die met buikpijn naar school gaan, kinderen die faalangstig zijn of kinderen die niet meer kunnen aanhaken bij de lesstof van de klas en constant een gevoel van tekortschieten hebben. Ik vind het een uitdaging om te proberen erachter te komen wat de oorzaak is dat ze niet graag leren en nog meer wat we er dan aan kunnen doen. Want het mag het niet zo zijn dat een kind dag in, dag uit opziet tegen het leren. Dan gaat er in mijn ogen iets mis rondom de begeleiding van deze leerling. Mogelijke oplossingen zijn bijvoorbeeld het aanpassen van de lesstof naar het niveau van de leerling, een eigen leerlijn of meer aansluiten bij de leerstijl van deze leerling. Veel kinderen in mijn praktijk die moeite hebben met een bepaald vak doen dit ook niet graag. Gerichte remedial teaching helpt dan vaak goed om meer plezier te krijgen in dat vak. Ze voelen zich zekerder naarmate ze de vaardigheden steeds meer onder de knie krijgen of ze gebruik kunnen maken van hulpmiddelen die hun ondersteunen bij het maken van de opgaven.

Het is mijn ervaring dat kinderen het soms moeilijk vinden om onder woorden te brengen waarom ze niet graag leren. Wanneer je vraagt hoe het was op school dan is het antwoord vaak “saai”. Bij mij gaan dan meteen wat alarmbelletjes af. Saai roept al snel het gevoel van te weinig uitdaging op. Maar ik heb ook heel vaak meegemaakt dat kinderen de leerstof saai noemen wanneer ze er moeite mee hebben. De kunst is dan om samen met de leerling woorden te geven aan dat gevoel. Waarom is het niet leuk? Wanneer vind je het wèl leuk? Wat kunnen we doen om het voor jou leuker te maken? Want zeg nou zelf, ieder kind verdient het toch om blij naar school te gaan en daar met plezier te werken aan zijn/haar ontwikkeling? Kortom, leren moet gewoon leuk zijn!

Fluïde redeneren? Eh…wat?

Fluïde redeneren, werkgeheugen, verbaal begrip….dat zijn zomaar wat begrippen die je tegen kunt komen in een verslag van een intelligentieonderzoek. Maar waar staat het allemaal voor? In dit blog wil ik proberen daar antwoord op te geven.

CHC-MODEL
De WISC-V is gebaseerd op het CHC-model van Cattell, Horn & Carroll. Dit theoretische model gaat uit van een algemene intelligentiefactor (Gfactor) die is opgebouwd uit verschillende brede cognitieve vaardigheden die zelf ook weer bestaan uit verschillende nauwe cognitieve vaardigheden.  Hoe dichter de brede cognitieve vaardigheid bij de algemene intelligentiefactor staat, hoe meer deze daarop van invloed is.

INDEXEN
In de WISC-V worden er naast het totaal IQ (de Gfactor) 5 primaire indexen beschreven, namelijk de fluïde redeneren index, verbaal begrip index, visueel ruimtelijke index, werkgeheugenindex en de verwerkingssnelheid index. Daarnaast zijn er ook nog de aanvullende indexen: kwantitatief redeneren index, auditief werkgeheugen index, algemene vaardigheid index, non-verbale index en de cognitieve competentie index. Ik beperk mij in dit blog tot een beschrijving van de primaire indexen.

FLUIDE REDENEREN
GF of de FRI staat voor de fluïde redeneren index, de vloeiende intelligentie. Hieronder verstaan we het vermogen tot abstract redeneren, het zien van onderliggende conceptuele relaties tussen visuele objecten en het redeneren op basis van het identificeren en toepassen van regels. Problemen met het fluïde redeneren kunnen zichtbaar worden door problemen met begrijpend lezen, het maken van redactiesommen, het zich eigen maken van rekenprocedures en het schrijven van teksten.

VERBAAL BEGRIP
GC staat voor de gekristalliseerde kennis. De VBI, de verbaal begrip index, is hier onderdeel van. Gekristalliseerde kennis staat voor de verworven kennis in de eigen cultuur en de toepassing daarvan. Taalontwikkeling is hiervan een belangrijk onderdeel. Ook verbaal redeneren valt onder het verbaal begrip. Een lage score voor de gekristalliseerde kennis kan duiden op problemen met het begrip bij lezen, het begrijpen van wiskundige taal, problemen met de zinsbouw, verkeerd gebruik van woorden en een zwak expressief taalgebruik.

WERKGEHEUGEN
GSM staat voor het korte termijngeheugen. In de WISC-V wordt dit weergegeven als de WGI, de werkgeheugen index. Hieronder verstaan we het kort vasthouden van informatie in het geheugen en hier een bewerking op uitvoeren. In vrijwel alle taken wordt op enige wijze een beroep gedaan op het werkgeheugen, het is daardoor ook een zeer belangrijke factor voor het schoolse leren. Je ziet bijvoorbeeld problemen met het navertellen van wat iemand net heeft gelezen, het automatiseren van wiskundige kennis, het vasthouden van informatie bij redactiesommen, het maken van aantekeningen en het spellen van woorden met meerdere lettergrepen.

VISUEEL RUIMTELIJK
GV of VRI staat voor de visueel ruimtelijke index. Hieronder wordt verstaan het gebruik maken van mentale en visuele beelden om problemen op te lossen. Problemen op visueel ruimtelijk gebied komen bijvoorbeeld tot uiting in problemen met het lezen van plattegronden en grafieken, moeite met het inschatten van grootte en hoeveelheid. Ook kan je problemen zien met het herkennen van letters, het schrijven van woorden die op basis van woordbeeld gekend worden, schrijfproblemen zoals moeite met de schrijfrichting van letters en moeite met het begrip van de getallenrij.

VERWERKINGSSNELHEID
GS of VSI staat voor de verwerkingssnelheid. Hiermee wordt de snelheid en nauwkeurigheid van visuele identificatie, besluitvorming en implementering van de beslissingen bedoeld. Een lager resultaat op de verwerkingsnelheid kan leiden tot problemen met het automatiseren, een trage leessnelheid, laag schrijftempo, vertraging in het ophalen van kennis uit het geheugen en een lage snelheid voor het uitvoeren van rekenbewerkingen.

TIPS
Als je weet op welk gebied de problemen zich bevinden dan kan je ook gericht tips geven om deze vaardigheden te versterken. Via mijn accounts op social media zal ik tips delen. Uiteraard zal een intelligentieonderzoek ook afgesloten worden met tips gericht op het intelligentieprofiel van uw zoon/dochter.

Meten is weten!

Bij mijn praktijk kan je terecht voor remedial teaching, onderzoek en bijles. Maar wanneer meld je nou jouw kind aan voor een onderzoek en voor welk type onderzoek kies je dan? Dat is erg afhankelijk van de situatie.

DIDACTISCH ONDERZOEK
Heeft jouw kind bijvoorbeeld al een tijdje moeite met een bepaald vak? Dan lijkt een didactisch onderzoek naar dàt vakgebied een goede keuze. Hiermee kom je te weten waar jouw kind op dit moment staat in zijn/haar ontwikkeling en welke aandachtspunten er zijn voor de begeleiding. Een didactisch onderzoek sluit ik altijd af met gerichte tips.

Heeft jouw kind moeite met meerdere vakken en twijfelen jullie bijvoorbeeld over de overgang naar een volgend leerjaar? Ook in dat geval zou er een didactisch onderzoek afgenomen kunnen worden, maar dan naar meerdere vakgebieden. Per vakgebied krijg je een indicatie waar jouw kind staat op dat moment en alles bij elkaar geeft het een mooi totaaloverzicht welke een rol kan spelen in de besluitvorming met betrekking tot de overgang. Uiteraard bevat het verslag ook tips voor de begeleiding.

INTELLIGENTIEONDERZOEK
Het kan ook zo zijn dat jouw kind uitvalt op meerdere vakgebieden en dat er vragen zijn over zijn/haar capaciteiten. Passen de schoolresultaten van jouw kind bij hetgeen hij/zij kan? Een intelligentieonderzoek kan antwoord geven op de vraag of een kind onder- of juist overvraagd wordt, wat de sterke & minder sterke kanten zijn in zijn/haar intelligentieprofiel en hoe jouw kind het beste geholpen kan worden. Met een capaciteitenonderzoek krijg je niet zozeer tips gericht op een bepaald vakgebied, het zou daarom heel goed naast een didactisch onderzoek afgenomen kunnen worden. Maar ook op zichzelf staand geeft een capaciteitenonderzoek heel veel informatie en aanknopingspunten voor de begeleiding van jouw kind.

DYSLEXIEONDERZOEK
Valt jouw kind uit op met name technisch lezen en spelling dan zou er gedacht kunnen worden aan een dyslexieonderzoek. Er kan een eerste screening worden gedaan om te kijken in hoeverre het risico op dyslexie aanwezig is, maar na 2 periodes van intensieve remediëring kan ook over worden gegaan tot een ‘echt’ dyslexieonderzoek. Dit gaat dan gepaard met een intelligentieonderzoek. Een mogelijk resultaat hieruit kan een dyslexieverklaring zijn.

EXECUTIEVE FUNCTIES
Naast intelligentie zijn ook de executieve functies zeer belangrijk voor schoolsucces. Daaronder verstaan we de hogere denkprocessen die nodig zijn om activiteiten te plannen en te sturen. Kan jouw kind goed plannen & organiseren, zijn/haar werk opstarten, afleidingen negeren en doorwerken? Een eerste screening kan duidelijkheid geven of verder onderzoek naar de executieve functies gewenst is. Dat kan vervolgens uitgebreider bekeken worden door middel van vragenlijsten die worden ingevuld door ouders en leerkracht, concentratietesten en een test naar het werkgeheugen. Ook voor het executief functioneren van jouw kind worden tips gegeven voor de begeleiding.

TIPS
Zoals je ziet gaan alle onderzoeken gepaard met tips. Want als je weet waar de knelpunten zitten dan weet je ook in welke richting je de tips voor de begeleiding moet zoeken. Tips die ik vervolgens zelf zal toepassen tijdens de remedial teaching of tips die de leerkracht van jouw kind in de klas kan toepassen. Ik vind onderzoek doen een erg leuke en interessante kant van mijn werk. Ieder kind en iedere situatie is weer anders, dat maakt het iedere keer weer tot een uitdagende puzzel waarmee ik de hulpvraag waar alles mee begon hoop te kunnen beantwoorden.